Willem Bastiaan Tholen
Amsterdam 1860 – 1931 Den Haag
Tholen heeft gedurende zijn carrière allerlei onderwerpen behandeld. Hij heeft veel water- en havengezichten met boten geschilderd, maar ook landschappen en strand-, stads- en dorpsgezichten. Ook was hij een goed portretschilder. Zijn tweede vrouw Lita de Ranitz had goede contacten met het koninklijk huis: in 1928 kreeg Tholen de opdracht om prinses Juliana te portretteren en in 1930 koningin Wilhelmina.
Naast zijn schilderijen van Giethoorn, zijn Tholens watergezichten met boten nog het meest bekend. Hij was een groot zeilliefhebber. In zijn jongensjaren mocht hij al met zijn vader mee op zeiltochten in de omgeving van Kampen. Later maakte hij met zijn boot ‘Eudia’ talrijke tochten over de Nederlandse binnenwateren en rivieren en bezocht hij veel plaatsen aan de Zuiderzee, zoals Enkhuizen, Volendam en Nijkerk en daarnaast ook De Kaag en Veere. Tholen had verstand van boten, scheepstuig en dergelijke en van de beweging van water en wolken.
Tholens werk werd vaak tot de (latere) Haagse School gerekend. Zelf was hij het met die kwalificatie niet eens. Toch beschouwde hij het als een groot voorrecht om de grote meesters van de Haagse School nog persoonlijk gekend te hebben. Als jonge kunstenaar kreeg hij regelmatig advies van Jacob Maris, Johannes Bosboom en Anton Mauve. Weliswaar werkte Tholen net als de schilders van de Haagse School veel en plein air, maar zijn kleurgebruik was of gedempter of juist veel helderder. Ook was zijn onderwerpkeuze veelzijdiger. Daarbij waren atmosfeer en tonaliteit in zijn werk steeds belangrijke elementen, vaak in beeld gebracht door een subtiel strijklicht.

