Christophe (‘Chris’) van der Windt

Belgisch/Nederlands, Sint-Jans-Molenbeek 1877 – 1952 Leiden

Chris van der Windt wordt in België geboren als zoon van een half Nederlandse, half Belgische vader en een Nederlandse moeder. Als zijn vader al op veertigjarige leeftijd overlijdt, Van der Windt is dan pas vijf, verhuist hij met zijn moeder en zijn twee jongere broertjes naar Leiden, de geboortestad van zijn moeder. Daar huurt zijn moeder een huis en een blekerij om als wasvrouw haar gezin te kunnen onderhouden.

Al op de lagere school wordt het duidelijk dat Van der Windt tekentalent heeft. Voor een cent of een griffel verkoopt hij zijn tekeningen aan de meester en klasgenoten. Daarom gaat hij later naar de ambachtsschool om het beroep van huisschilder te leren. Ook volgt hij een opleiding in ornamenttekenen.

In de periode van 1894 tot 1897 is hij werkzaam als huisschilder. In Leiden volgt hij daarnaast lessen op de Tekenschool van Wilhelm Johan Lampe. In 1898 en 1899 werkt hij als leerling bij de bekende decoratieschilder Pieter Johannes Niesten. Hij schildert in die tijd veel voor de Stadsgehoorzaal en de Schouwburg in Leiden. In 1900 besluit Van der Windt om als vrij kunstenaar verder te gaan.

Hoewel hij geen academische opleiding genoten heeft als kunstschilder, ontwikkelt Van der Windt toch al snel een goede, eigen stijl en een groot technisch kunnen. Hij wordt niet alleen een vaardig schilder in olieverf, maar ook in het technisch lastige aquarelleren. In de trant van de Haagse School schildert hij landschappen, boerderijen en boerenerven in de omgeving van Leiden, Stompwijk, Zoeterwoude, Zoetermeer, Noordwijkerhout, Nootdorp, Rijnsburg, Zegwaard en Katwijk. Vaak gaat hij er met bevriende schilders op uit om te schilderen, van ’s morgens vijf uur tot ’s avonds laat. Veel trekt hij op met de Leidse schilders Arend Jan van Driesten en Alexander Rosemeier, vrienden voor het leven.

Een aparte groep binnen het oeuvre van Van der Windt vormen zijn stillevens. Zijn kleurgebruik bij zijn landschappen en boerenerven is -geheel in de traditie van de Haagse School- sober gehouden, met veel grijzen, bruinen en groenen. Daarentegen zijn Van der Windts stillevens veel kleuriger. Vooral zijn bloemstukken vertonen een kleurig palet en een vaak prachtige lichtval. Ze demonstreren Van der Windt’s bijzondere gevoel voor kleur en licht. Zo schildert hij vaak enkele dahlia’s, anjers of chrysanten, nonchalant geschikt in een vaas. Ze lichten subtiel op en vormen een perfecte kleurencombinatie met elkaar.

Binnen enkele jaren wordt Van der Windts talent door de kunsthandel ontdekt. In de periode van 1903 tot 1917 verkoopt hij veel via de gerenommeerde kunsthandel Boussod en Valadon & Cie in Den Haag. Lang niet al zijn werk blijft in Nederland. Veel wordt verkocht naar Groot-Britannië, Amerika en Canada. Bij Boussod en Valadon ontmoet hij gerenommeerde Haagse School schilders als Willem Maris en Willem Bastiaan Tholen, die zijn werk zeer waarderen. De beroemde Jozef Israëls vraagt in 1907 zelfs aan Van der Windt of deze lid wil worden van de prestigieuze ‘Hollandsche Teekenmaatschappij’, een hele eer in die tijd. Van der Windt ziet in deze periode de prijzen voor zijn werk stijgen en kan er goed van leven. Nadat Boussod en Valadon in 1917 is opgeheven, verkoopt hij zijn werk vooral via de bekende kunsthandel en lijstenmaker Sala, die filialen heeft in Leiden en Den Haag.

 

Schilderijen van Chris van der Windt in de collectie van Kunsthandel Bies:

Stilleven met gele en paarse dahlia’s

Stilleven met dahlia’s

Wij maken op deze website gebruik van functionele cookies en cookies voor anonieme gebruikersstatistieken. Wij gebruiken geen cookies voor marketingdoeleinden. Meer informatie

Deze website gebruikt alleen functionele cookies en cookies om anonieme gebruikersstatistieken te kunnen inzien. Voor de gebruikersstatistieken gebruiken wij Google Analytics, privacyvriendelijk ingesteld volgens de richtlijnen van de Autoriteit Persoonsgegevens.

Sluiten