Anna de Weert

1867 – Gent – 1950

Anna Cogen werd geboren te Gent in een kunstminnend milieu. Haar grootvader was de Vlaamse dichter Karel Lodewijk Ledeganck en haar beider ooms Felix en Alfons Cogen waren bekende schilders uit de 19e eeuw. Anna kreeg onder meer tekenles van Jean Delvin en Armand Heins. In 1891 trouwde ze met de Gentse advocaat Maurice de Weert. Anna beschikte over een groot artistiek talent en was bijzonder toegewijd aan de schilderkunst. Rond 1900 werd zij al als een belangrijk luministe beschouwd. Zij zou haar werk voortaan signeren als ‘Anna de Weert’, de naam waarmee zij uiteindelijk het meest bekend zou worden.

Haar ontmoeting met Emile Claus in 1892, die in haar een geestverwant zag, was van grote invloed op haar ontwikkeling als kunstenares. Op dat moment verloor De Weert zich aan het luminisme, dat als een Belgische uitloper van het impressionisme beschouwd kan worden. In de zomer en herfst de jaren 1893-1895 volgde ze regelmatig schilderlessen in ‘Villa Zonneschijn’, het landhuis van Claus in het plaatsje Astene.  Daar raakte De Weert bovendien goed bevriend met de schilderessen Yvonne Serruys (1873-1953) en Jenny Montigny (1875-1937). Vanaf 1896 betrok De Weert een eigen landhuis op ‘Hof ter Neuve’ bij Afsnee, het landgoed dat zij van haar ouders had kregen en dat bovendien op een steenworp van Gent verwijderd was. Op dit landgoed te Afsnee ontstond tevens De Weert’s passie voor bloemen, die zij veelvuldig op haar schilderijen afbeeldde. Octave Maus sprak in 1907 van “sierlijke evocaties van een opgewekte natuur”.

Ook in de periode daarna bleef ze veel contact houden met haar leermeester. Zo was ze in 1904 medeoprichtster van kunstenaarsvereniging Vie et Lumière. Na haar debuut in 1895 exposeerde ze veelvuldig op tentoonstellingen in binnen- en buitenland, zoals op de Salon d’Automne in Parijs en verder te Zürich (1908), Boedapest, Dundee, Turijn, en op de Weense Sezession (1910). In 1920 werd ze benoemd tot Ridder in de Leopoldsorde. In deze periode maakte ze ook verdienstelijke pastels en gekleurde potloodtekeningen. Daarnaast bracht De Weert bracht enkele maanden per jaar in het buitenland door. Ze verbleef ze vanaf 1924 geregeld in het Franse Middellandse Zeegebied en maakte in 1931 een reis naar Italië.

In het werk van Anna de Weert is de invloed van Emile Claus onmiskenbaar aanwezig. De Weert schilderde al vroeg in luministische trant, waarbij zij haar werk in een fris en fel coloriet opbouwde met een vlotte streepjestoets. Net als bij Claus heeft de natuurlijke omgeving van de rivier de Leie een centrale plaats in haar oeuvre. In tegenstelling tot haar leermeester oogt het werk van De Weert drukker en contrastrijker. Dit komt omdat zij in haar composities veel meer witte toetsen verwerkt, die haar landschappen luchtiger maar ook lichtkrachtiger maken. Maar wanneer ze van een afstandje worden gezien, versmelten de contrasterende streepjes tot een harmonisch geheel. Haar sfeervolle boomgaarden en bloementuinen zijn dan ook een feest om te zien.

Schilderijen van Anna de Weert in de collectie van Kunsthandel Bies:

Appelboom in bloei

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten