Willem Maris

1844 – Den Haag – 1910

Willem Maris groeide op in een gezin waar de kunsten zeer werden gestimuleerd. Hij had twee getalenteerde oudere broers, Jacob en Matthijs, die ook schilder waren. Zijn vader Mattheus, die het bekende tijdschrift Kunstkronijk drukte, stuurde zijn zoons er maar wat graag op uit om buiten in de natuur te gaan tekenen.

Waar zijn broers eerst allerlei verschillende onderwerpen uitprobeerden, legde Willem zich al snel toe op het aquarelleren en schilderen van brede weidelandschappen met koeien en eendjes aan de slootkant. Willem was als schilder altijd vrij onafhankelijk geweest, daar hij op wat lessen van zijn broers na nooit een echte leermeester had. Maar met zijn enorme talent wist hij dit prima op te vangen en maakte hij uiteindelijk een grote artistieke ontwikkeling door. Zijn vroege studies van omgevallen bomen en koeienkoppen waren aanvankelijk nog gedetailleerd en uiterst knap getekend. Maar gaandeweg veranderde hij in een echte impressionist. Zijn visie op het landschap werd breder, vrijer en opener en zijn penseelstreek veranderde navenant.

Willem Maris’ oeuvre kenmerkt zich niet zozeer door een verscheidenheid aan onderwerpen als wel door grote variaties in compositie, lichtbehandeling en techniek. In zijn werk spelen eigenlijk niet de dieren maar juist het zonlicht de hoofdrol. Hij werd geïntrigeerd door het effect dat het alsmaar veranderende licht op de omgeving had. De lucht, het water en het landschap wisselen in snel tempo van kleur en gezicht. De nevelige atmosfeer in de ochtend, het tegenlicht, de reflectie in het water en het effect van zonlicht op de vacht van een koe, waren voor Maris de voornaamste bronnen van inspiratie.

Hoewel in zijn vroegste werk de dieren nog een afzonderlijk element vormden in de compositie, werden ze later van ondergeschikt belang. Weelderige gewassen en koele luchten liepen moeiteloos in elkaar over en ook de koeien gingen volledig op in het landschap. Het was een totaalplaatje geworden, een impressie. In tegenstelling tot andere kunstenaars van de Haagse School, durfde Maris ook meer kleur te gebruiken. Zijn landschappen zijn niet zozeer gehuld in het stemmige grijs waar het Hollandse impressionisme zo bekend om is. Willem bouwde zijn luchten op uit een licht en kraakhelder blauw, de grassen zijn groen, goudgeel en zelfs een tikje smaragd of turquoise. Het is dan ook om deze reden dat Willem Maris als de meest pure impressionist van de Haagse School wordt beschouwd. Kunstcriticus Albert Plasschaert noemde hem zelfs ‘de meeste oorspronkelijke van de drie Marissen’.

Schilderijen van Willem Maris in de collectie van Kunsthandel Bies:

Koeien in een polderlandschap bij Gorinchem