Pieter Oyens

Amsterdam 1842 – 1894 Brussel

Pieter Oyens was de eeneiige tweelingbroer van David Oyens, die tevens kunstschilder was. De tweeling werd geboren te Amsterdam en bracht het grootste deel van hun werkzame leven in Brussel door. Het is vrijwel onmogelijk om het leven en werk van David te beschrijven zonder Pieter te noemen. Ze vormen een uniek paar in de kunstgeschiedenis, omdat de ene broer vaak figureerde in het werk van de ander. Daarnaast is hun oeuvre ook in stilistisch opzicht moeilijk van elkaar te onderscheiden. Dit terwijl ze, zover bekend, nooit samen aan één en hetzelfde schilderij hebben gewerkt en zelfs enige jaren scheiden van elkaar hebben gewoond.

De gebroeders Oyens zijn befaamd om hun atelier-scenes met figuren, vaak vol verwijzingen naar het kunstenaarsleven. Daarnaast maakten ze ook portretten en een aantal stillevens. De tweeling vond het belangrijk om werk te maken dat actueel was, maar ook dichtbij henzelf lag. Ze zochten hun onderwerpen niet noodzakelijkerwijs buiten de deur. Ze gebruikten geen grote maatschappelijke thema’s, maar waren op hun manier wel degelijk geëngageerd. In hun werk ziet men dienstmeisjes, modellen, kopers en collega-kunstenaars de revue passeren, meestal gecombineerd met één deel van de tweeling hartelijk lachend, gapend op een stoel, pingelend op een piano of een model het hof makend. In de werken van David stond Pieter model en omgekeerd. Humor werd daarbij niet geschuwd, al stond het nooit ver verwijderd van de ernst. De schilderijen en aquarellen van de gebroeders Oyens spreken van een weloverwogen intimiteit en sterke waarneming. Vooral David was een meester in de weergave van de het kleine gebaar, waarin hij veel betekenis legde. Pieter, die zeer bedreven was in portretten, kreeg in 1880 zelfs de bijnaam ‘Le Frans Hals de la modernité’. Zowel David als Pieter Oyens beschikten over een vlotte, impressionistische schilderstijl en een helder kleurgebruik. Ook lichtwerking speelt in hun werk een belangrijke rol.

Hun vader, een vooraanstaande Amsterdamse effectenhandelaar, hoopte aanvankelijk de tweeling op te leiden tot succesvolle ondernemers. Nadat verschillende pogingen op niets waren uitgelopen, stuurde hij hen in 1860 op advies van Jan Adam Kruseman naar Brussel. David en Pieter Oyens begonnen hun schildersopleiding overdag in het privé-atelier van Jean (Jan) Portaels en ’s avonds volgden ze lessen aan de Brusselse Academie. Brussel was in die tijd in razend tempo uitgegroeid tot een wereldstad, waar de economie, industrie, kunst en cultuur floreerden. Bovendien was er een sterk groeiende kunstmarkt en volop mogelijkheden voor (jonge) kunstenaars om te exposeren. Ook veel andere Nederlandse kunstenaar werden aangetrokken door Brussel. David en Pieter Oyens hadden bijvoorbeeld veel succes op de tentoonstellingen Cercle Artistique et Litteraire. Deze kunstenaarsvereniging beschikte over een belangrijk netwerk en er zaten beroemde Nederlandse schilders zoals Willem Roelofs en Constant Gabriël in het bestuur. Bovendien, zo merkt kunsthistorica Saskia de Bodt op, kwamen de gebroeders Oyens precies op het moment dat er in Brussel een nieuwe wind begon te waaien. Omstreeks 1860-1865 begonnen de ideeën van Baudelaire en Courbet over realisme, moderniteit en vrijheid in de kunst vanuit Frankrijk door te dringen. Daarnaast ontstond de invloedrijke kunstkritiek er al veel eerder dan in Nederland.

De gebroeders Oyens leefden in Brussel als ware bohemiens. Portaels gaf zijn leerlingen veel vrijheid en liet hen al direct liet kennismaken met het werken naar levend model. Dit was echter buitengewoon modern en geheel anders dan het regime op de Academies, waar studenten eerst drie jaar braaf moesten tekenen naar pleistermodel en stilleven voordat zij zich aan een levende ziel mochten wagen. Uiteindelijk zou het atelier van Portaels uitgroeien tot een van de meest befaamde opleidingsplaatsen van Brussel.

Het jaar 1866 markeerde een tijdelijk scheiding van de broers. David trouwde met Betsy Voûte, die hij thuis bij zijn ouders in Amsterdam had leren kennen. Het echtpaar vond een huis in Sint Joost-ten-Noode (Brussel), terwijl Pieter bij zijn ouders in Amsterdam bleef. Pieter had aanvankelijk enige moeite met de nieuwe situatie, maar gezamenlijk deden ze wel voor het eerst mee aan de Driejaarlijkse Tentoonstelling van Gent en aan de Brusselse Salon. In 1869 besloot Pieter om een tijdje in Parijs te gaan werken, waar hij in contact kwam met collega-schilders Adolphe Artz, Jacob Maris en Fritz Kaemmerer.

In 1870 bereikte Pieter het droevige bericht dat David’s éénjarige dochtertje was overleden. Daarop besloot hij terug te keren naar Brussel en de intensieve samenwerking met zijn broer te hervatten. David en Pieter waren zowel elkaars beste model als elkaars strengste rechter. De tweeling nam deel aan een enorm aantal tentoonstellingen in zowel Nederland als België en Frankrijk. De jaren erna kregen de Oyensens steeds gunstigere kritieken in de pers. Hun onderwerpen werden ‘raak en origineel’ genoemd. Ook namen de verkopen gestaag toe.

In 1890 besloten David en zijn echtgenote om terug te keren naar Nederland, waar ze een tiental jaren in Arnhem doorbrachten. Maar ze misten het bruisende Brussel en keerden uiteindelijk naar de Belgische hoofdstad terug. Pieter overleed al op 51-jarige leeftijd als gevolg van een beroerte. David overleed slechts een paar jaar later en werd naast zijn broer begraven.

Schilderijen van Pieter Oyens in de collectie van Kunsthandel Bies:

Portret van een vrouw in een zwarte jurk met kanten kraag

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten