Frederik Marinus Kruseman

Haarlem 1816 – 1882 Elsene (België)

Frederik Marinus Kruseman werd geboren op 12 juli 1816 in Haarlem. Hij was een neef van historieschilder Jan Adam Kruseman en achterneef van Cornelis Kruseman, directeur van de Academie van Amsterdam. Op zestienjarige leeftijd startte de jonge Frederik Kruseman zijn opleiding aan de stadstekenacademie van Haarlem, waar hij les kreeg van Johannes Reekers (1790-1958). In 1833 ontving hij een eervolle vermelding als zeer begaafd leerling. Voor een prijs kwam hij helaas niet in aanmerking, vanwege het simpele feit dat hij om hiervoor in aanmerking te komen ten minste een jaar inschreven moest staan als leerling.

Zijn eerste schilderlessen kreeg Kruseman van landschapsschilder Nicolaas Roosenboom (1805-1880), die bij Kruseman in de buurt woonde. Evenals zijn leermeester bekwaamde Kruseman zich ook in de landschapsschilderkunst. Roosenboom had diverse leerlingen onder zijn hoede en gaf zeer gedisciplineerd les in materialenkennis, compositieleer en verfbehandeling. Bovendien was Roosenboom een schoonzoon van de befaamde ijsgezichtenschilder Andreas Schelfhout, die ook regelmatig een bezoek bracht aan het atelier. Daarnaast kreeg Kruseman schilderles en raadgevingen van de veeschilder Jan van Ravenswaay (1789-1869).

In 1837 reisde Kruseman af naar het Duitse Kleef om schilderlessen te volgen bij Barend Cornelis Koekkoek. Deze gold naast Schelfhout als de belangrijkste landschapsschilder van de Hollandse negentiende eeuw en zijn invloed zou van grote betekenis zijn op de ontwikkeling van Kruseman. Koekkoek schilderde de natuur volgens de Romantische idealen van die tijd, met veel aandacht voor lichtval, een warm kleurgebruik en fijn geschilderde details, zoals de bomen, wolkenlucht en de stoffage.

Kruseman groeide zelf ook uit tot de een van de bekendste landschapsschilders uit de Nederlandse Romantische School. Hoewel de invloed van Koekkoek is zijn werken aanwezig is, ontwikkelde Kruseman toch een geheel eigen signatuur. Zijn totale oeuvre bestaat voor ongeveer een-derde uit zomerlandschappen. Hierbij vormde de bergachtige omgeving van het Duitse Rijngebied een belangrijke bron van inspiratie. Ruim twee-derde van zijn oeuvre bestaat uit winterlandschappen met schaatsenrijders. Deze worden gekenmerkt door een warm geelrood avondlicht en de voor Kruseman typerende bomen met kronkelende takken.

In 1841 verhuisde Kruseman naar Brussel. Na de afsplitsing van de Nederlanden vormde de Belgische hoofdstad een belangrijk centrum voor de kunsten, waar de kunstmarkt bovendien volop in ontwikkeling was. Daar werkte hij tevens regelmatig samen met de Belgische veeschilder Eugène Verboeckhoven (1798-1881), die de landschappen van Kruseman voorzag van figuren of dieren.

Schilderijen van Frederik Marinus Kruseman in de collectie van Kunsthandel Bies:

Bergachtig landschap met reizigers op een weg langs een rivier

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten