Ferdinand Hart Nibbrig | Zondagmiddag (Zoutelande) | Kunsthandel Bies

Hart Nibbrig, F. | Zondagmiddag (Zoutelande)

Ferdinand Hart Nibbrig

Amsterdam 1866 – 1915 Laren


Zondagmiddag (Zoutelande)

Doek  40 x 80 cm

Gesigneerd rechtsonder
Annotatie verso: ‘Zondag middag’
Circa 1911

 

Tentoonstellingen
Laren, Singermuseum, Ferdinand Hart Nibbrig 1866 – 1915, 25 augustus – 3 november 1996
Domburg, Marie Tak van Poortvliet Museum, Nieuw Licht!, 19 juni – 6 november 2011

Literatuur
D. Colen, D. Willemstein, Ferdinand Hart Nibbrig 1866-1915, Zwolle/Laren 1996, p. 33 als ‘Zondagmiddag‘


.

Na zijn opleiding aan de Quellinusschool en de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam studeerde Ferdinand Hart Nibbrig tien maanden in Parijs. Daar maakte hij kennis met Theo van Gogh, de jongere broer van Vincent, die toen werkte voor de firma Boussod & Valadon. Via deze bekende Parijse kunsthandel kwam Hart Nibbrig voor het eerst in aanraking met het kleurige werk van schilders als Claude Monet, Camille Pisarro, Edgar Degas, Georges Seurat en Vincent van Gogh: werken in verschillende technieken en felle kleuren, die braken met alle bestaande tradities in de schilderkunst. In Nederland was dit nog ongekend. Hart Nibbrig was er enorm van onder de indruk.

Terug in Nederland duurde het toch nog enkele jaren voordat de in Parijs opgedane indrukken in Hart Nibbrigs schilderijen begonnen door te werken. De invloed van de Amsterdamse stadsgezichtenschilders zoals Breitner en Israels was op de Amsterdam Academie, waar Hart Nibbrig terugkeerde, te sterk aanwezig. De verf werd pasteus opgebracht, de kleuren waren vrij donker. De periode tot 1894 kenmerkte zich vooral door een zoektocht naar een eigen stijl. Hart Nibbrig experimenteerde, geïnspireerd door de Fransen, met verschillende technieken van verf aanbrengen. De Franse neo-impressionisten mengden hun kleuren bijvoorbeeld niet op het palet maar rechtstreeks op het doek. Door middel van het aanbrengen van kleine, dicht op elkaar geplaatste puntjes en streepjes verf, een techniek die pointillisme wordt genoemd, ontwikkelden zijn een geheel nieuwe kleurbeleving. Van een afstandje bekeken, vloeiden deze verschillende kleurstippeltjes samen tot een groot diffuus kleurvlak met een sterke lichtkracht. Deze nieuwe, wetenschappelijke verfbenadering, bracht talloze nieuwe mogelijkheden met zich mee.

Het jaar 1892 bleek een belangrijk omslagpunt in het leven en carrière van Hart Nibbrig. Het eerste moment dat de kunstenaar een lichter kleurenpalet ontlokte was de aanblik van de bollenvelden bij Hillengom en Bennebroek, waar hij in 1892 toevallig langsfietste. Bij dit feest van kleur kon de schilder niet anders dan de sprankelende kleuren-zee van tulpen en hyacinten vast te leggen op doek. Het tweede en tevens belangrijkste moment vormde een bezoek aan de expositie van de Belgische beweging Les Vingt in Den Haag. Hier was vernieuwend werk te zien van Belgische luministen, die sterk geïnspireerd waren door het neo-impressionisme. De Belgen waren echter minder streng in de leer dan de Fransen. Zij pasten minder kleurcontrasten toe en minder contrast tussen licht- en schaduwpartijen en bovendien combineerden zij het met een iets dikkere, impressionistische toets.

In 1894 verhuisde Hart Nibbrig naar kunstenaarsdorp Laren. Daar maakte hij vele impressionistische werken in lichte, heldere kleuren en bovendien zijn eerste werken in de pointillistische techniek. Het was de stijl waarnaar hij zo lang had gezocht. Hiermee behoorde Hart Nibbrig tot de eerste schilder die het luminisme in Nederland introduceerde. Bovendien waren er naast Jan Toorop en later Co Breman en Johan Briedé maar weinig bekende Nederlandse schilders die zich aan het pointillisme gewaagd hebben. Hart Nibbrig is overigens niet altijd in deze techniek blijven schilderen. Gedurende zijn verdere carrière is hij ook weer op andere schilderstijlen overgegaan.

Hart Nibbrig vond vooral inspiratie in zijn directe omgeving: zijn huis, weelderige tuin en het uitzicht vanuit zijn atelier over de boekweit- en roggevelden, het dorp en zijn inwoners. Hij kon evenzoveel inspiratie vinden in een wijds landschap met zijn sterke horizontale lijnen als in de boeren in hun traditionele kiel en Zeeuwse meisjes met hun witte kapjes. Ook schilderde hij enkele motieven uit flora en fauna. Hart Nibbrig heeft een paar reizen gemaakt, onder andere naar Algerije, dat hem minder beviel. Liever vertoefde hij in Zuid-Limburg, de Eiffel of aan zee. Allereerst ontdekte de schilder het eiland Vlieland, waarbij de eenzaamheid in de duinen aan zee hem beter beviel dan de drukte bij het wandelhoofd in Scheveningen. In 1910 bezocht hij voor het eerst het dorpje Zoutelande op het Zeeuwse eiland Walcheren. Hart Nibbrig vond het er prachtig, authentiek, fraai gelegen aan de baai. Bovendien lag het op korte afstand van het mondaine Domburg, waar Hart Nibbrig in het tentoonstellingscomité zitting had en er zelf ook regelmatig exposeerde. De schilder liet er geen gras over groeien en binnen een maand had hij op Zoutelande een stuk grond gekocht. Het huis dat hij daar liet bouwen aan Duinweg 29 en ‘Santvlught’ doopte, werd voortaan in gebruik genomen als zomerresidentie. Het gezin Hart Nibbrig zou er voortaan elke zomervakantie doorbrengen.

 

Extra informatie

Materiaal/Material

Olieverf

Stroming/Movement

Impressionisme, Klassiek-modernen

Onderwerp/Subject

Landschap, Stadsgezicht, Topografie

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten